Artikelen

Bijbelstudie “Leven” deel 1.

Categories: Bijbelstudies

“Leven”

Maximaal leven
Het jaarthema van de LWG is de prachtige slogan: ‘Maximaal leven’. Gedurende mijn stage zag ik in toenemende mate dat dit thema als een rode draad door het gemeenteleven heen loopt. Van preken tot vergaderingen, van aanbidding tot pastorale gesprekken: het thema ‘maximaal leven’ was aanwezig, in woord en daad. Ook dit artikel is aan dat thema gewijd.
Wat is de toegevoegde waarde van dit artikel naast de vele Bijbelstudies, onderwijsavonden en preken waarin dit thema ter sprake is gekomen en nog zal komen? Dit artikel hoopt een bijdrage te leveren aan het ten volle verstaan van dit mooie en belangrijke thema door specifiek te kijken naar de (Bijbelse) betekenis van het woord ‘leven’.

Een Bijbels perspectief
Als we kijken naar wat de Bijbel ons te zeggen heeft over leven, is Genesis 2:7 een zeer belangrijke en veelzeggende tekst. Daar wordt door Mozes beschreven hoe de mens geschapen is: “toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem [letterlijk: de adem van leven] in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.”

Waar de mens dus al geformeerd was uit het stof van de aardbodem, werd het pas een levend wezen op het moment dat God zijn levensadem in de mens blies. Leven is dus niet slechts het hebben van een bestaansvorm in de fysieke en natuurlijke realiteit, maar overstijgt dat volkomen! Waar ons lichaam weldegelijk belangrijk is en het ook een voorwaarde is om überhaupt te kunnen leven hier op aarde, ligt de essentie van ons menselijk leven in de geestelijke realiteit. Het is immers Gods levensadem die ons als mensen het leven geeft.

Hiermee wordt ook direct de waarde van het (menselijk) leven duidelijk. Zeker in combinatie met Genesis 1:26, 27 waar beschreven wordt dat de mens geschapen is naar Gods beeld, naar zijn gelijkenis. God heeft ons naar zijn beeld geschapen en Hij zelf heeft ons de levensadem ingeblazen. Daarin vinden we de waarde van ons leven!

Nadat de mens geschapen was keek God naar de aarde en zag dat het “zeer goed” was. Natuurlijk was de schepping zeer goed, want God had net iets schitterends gemaakt en als kroon op zijn maaksel was daar zelfs de mens, naar Zijn gelijkenis geschapen. Bovendien lag er een prachtig plan klaar voor die schepping, de mens zou haar bewaken en beheren en zou tot in eeuwigheid leven in de aanwezigheid van en in relatie met God.

Zoals Romeinen 6:23 aangeeft is het slechts door de zonde van de mens dat de dood in kon treden: “Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.” Gods plan was dus dat de mens zou leven, maximaal leven welteverstaan. ‘Leven’ met een hoofdletter. Deze tekst in Romeinen vertelt ons niet alleen hoe de dood een realiteit heeft kunnen worden, maar tevens dat we door de genade van God eeuwig Leven hebben ontvangen in Christus.

De realiteit van de natuurlijke dood is daarmee niet opgeheven, maar heeft wel haar ‘angel verloren’ (1 Korinthe 15:55). De dood is nu nog slechts een slaap, een tijdelijke onderbreking van het Leven dat we in Christus al hebben ontvangen.

Die slaap is geen angstaanjagende scheiding tussen ons en God. In die slaap zullen we al in de heerlijke aanwezigheid van God zijn. Dit gegeven had Paulus zó duidelijk voor ogen dat hij er zelfs innig naar verlangde! In Filippenzen 1:23 zegt hij: “Ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste.”

Tegelijkertijd geeft Paulus echter ook aan dat hij zich bewust is van zijn taak op aarde, terwijl hij nog in leven is. Voordat hij zal genieten van het ‘slapen’ in de aanwezigheid van Christus, heeft hij nog een taak uit te voeren. Net als Paulus leven wij ook nog hier op aarde en ook wij hebben onze eigen taken uit te voeren in het Koninkrijk.

Als we ons – net als Paulus – toeleggen op het uitvoeren van die taken, zullen onze werken ook vrucht dragen (Filippenzen 1:22). Wanneer we ons bezighouden met Gods plannen voor ons leven kunnen we daadwerkelijk tot onze bestemming komen, kunnen we daadwerkelijk maximaal leven.

Tom van Hoogstraten